Gedurende de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog legde de Duitse bezetter een bijzondere belangstelling aan de dag voor de mergelgroeven in Limburg. Er werden plannen ontwikkeld om fabrieken en reparatiewerkplaatsen in de onderaardse gangenstelsels in te richten.
Waarvoor werden de groeven gebruikt?
Het overgrote deel van de groeven werd ingezet in de zogenaamde Jaegerfertigung, in dienst van de Luftwaffe; de ontwikkeling en productie van revolutionaire jachtvliegtuigen en bemande of onbemande raketwapens.
Wat heeft er daadwerkelijk plaatsgevonden?
In het Geuldal werden al voorbereidende werkzaamheden verricht, zoals het betonneren van gangen en het aanleggen van leidingen voor elektra en water. Daar bleef het verder bij, want het einde van de oorlog betekende ook het einde van deze plannen. De Duitse oorlogsfabrieken kwamen nooit gereed. Een aantal ervan stonden wel op het punt om de productie te starten of waren net een aantal dagen begonnen aan de opstart toen het front zich in hoog tempo in de richting van Zuid-Limburg verplaatste.
Welke groeven?
De groeven die in dit plan waren betrokken, met eventueel de codenaam:
- Heidegroeve (Valerie 20/Seehahn)
- Roebroekgroeve
- Gemeentegrot (Valerie 21/Makropode)
- Barakkengroeve
- Bonsdalgroeve (Valerie 15/Gruendling)
- Dagbouwgroeve Geulhem
- Roothergroeve (Natter)
- Schoorberggroeve
- Pinweggroeve I
- Pinweggroeve II
- Nieuwe groeve
- Scharnderberg-, Heerderberg- en Keerderberggroeven
- Boschberg
- Jezuietenberg
- Kasteelgroeve
- Theunisgroeve oost
- Theunisgroeve west
- St. Pietersberg – Noordelijk gangenstelsel
- Groeve de Keel
- Opkanne / Avergat
Bronnen:
- Ton Breuls, Mergelgrotten, het onbekende landschap van Limburg (1994) 36.
- Jacquo Silvertant, De zuidlimburgse mergelgroeven in het Duitse oorlogsplan 1943 – 1944 (2004).
